Kunnen we de planeet nog redden? Over klimaatdepressie en hoop.
Door Jana Verboom
Terwijl ik dit schrijf zitten we midden in een hittegolf, met een enorm watertekort en bosbranden in diverse landen. Onlangs sprak ik met een vriendin over de bosbranden, de hitte en de droogte, en onze zorgen over de natuur. We constateerden dat de bomen half augustus al herfstkleuren hadden, of zelfs al hun bladeren lieten vallen, en maakten even ruimte voor onze bezorgdheid; zouden deze bomen het wel redden? Toen vroeg mijn vriendin mij: “als ik al last heb van verdriet, angst en somberheid over de natuur, word jij als bioloog dan niet helemáál depressief van deze ontwikkelingen?”
Ik was eigenlijk wel verrast door haar vraag, zo had ik er nooit over nagedacht, en ik stamelde iets over verandering; dat alles onderhevig is aan verandering. Dat Moeder Aarde veerkrachtig is, zij komt hier wel overheen. Dat ik naar een langere tijdspanne kijk: niet focussen op een (natuur)ramp hier en nu; op een schaal van honderd jaar of duizend jaar is dit verwaarloosbaar. De natuur herstelt wel weer, die kan klappen incasseren.
Hier volgt een wat uitgebreider antwoord, nu ik er dieper over heb kunnen nadenken. Inderdaad, zoals ik al zei, alles verandert voortdurend in de natuur. Planten kiemen, groeien, bloeien, zetten zaad en sterven weer af. Dieren worden geboren, groeien op, planten zich voort, en gaan dood. In een successie wordt grasland – als we het niet maaien – ruigte, struikgewas, bos. Totdat bomen afsterven, al dan niet door een storm of een bosbrand, en weer ruimte maken voor iets nieuws. Het weer is zelden gemiddeld: het is meestal of te warm, of te koud, of te nat, of te droog voor de tijd van het jaar. Het is een hardnekkig misverstand als we denken dat natuur verwoest kan worden. Bos, heide: het wordt door een natuurbrand niet “verwoest”, zoals de nieuwslezers en krantenberichten telkens beweren, nee, het wordt omgezet in andere natuur. De verbrande vlakte ziet weldra weer groen van de nieuwe kiemplanten, of het uitlopen van planten die de brand hebben overleefd. Er zullen uit de as soorten verrijzen die er voorheen niet konden voorkomen: waar iets verdwijnt ontstaan kansen voor iets nieuws, in de eeuwige kringloop van de natuur.
Zo is het ook met oude bomen. Gaat een boom dood door de droogte, dan is de dode boom een voedingsbodem voor schimmels, paddenstoelen, pissebedden, kevers, en een groot scala aan andere kleine dieren. Vogels en vleermuizen kunnen hier hun voedsel vinden, spechten maken er hun holen. “Dood hout leeft” zeggen de boswachters. De boom heeft een voortzetting in een andere vorm.
Dankzij de klimaatverandering hebben we allerlei nieuwe soorten in Nederland, zoals de kolibrievlinder, de koninginnenpage, de Cetti’s zanger en de bijeneter (de laatste twee zijn vogels). Er verdwijnen weliswaar soorten voor wie het hier te warm wordt, maar we krijgen er ook veel voor terug. Soorten waarvoor je vroeger naar Midden- of Zuid-Frankrijk moest, doen het nu goed in ons eigen land.
Dus nee, ik word als bioloog - en beoefenaar - niet extra depressief van klimaatverandering en weersextremen met bijbehorende effecten. Ook ik voel verdriet als bomen die ik al lange tijd als individu ken, en die voelen als vrienden, het zwaar hebben of zelfs letterlijk omvallen. Ik voel boosheid en frustratie over het feit dat de politiek niet genoeg doet: er zijn nog steeds politici die niet inzien dat er actie nodig is om de klimaatverandering niet verder uit de hand te laten lopen. Ook mensen die maar de wereld over blijven vliegen, en kilo’s vlees eten, alsof er niks aan de hand is vind ik soms een uitdaging om me toe te verhouden. Tegelijkertijd ben ik zelf allerminst heilig: zo heb ik kinderen op de wereld gezet en ook ik heb met mijn gezin een paar mooie verre reizen gemaakt. Laten we elkaar niet de maat nemen. In plaats van depressief te worden kijk ik wat ik wél kan doen en omarm ik de verandering. Ik voel naast verdriet en boosheid ook nieuwsgierigheid en hoop: is er een verandering in ons denken op komst? Ik zie ook de voortzetting van de zogenaamd verwoeste natuur: nieuw leven.
Zelf kunnen we uiteraard ook wat doen tegen de klimaatverandering die ten grondslag ligt aan de hitte , de droogte en de bosbranden: minder of geen vlees en zuivel consumeren, vaker de fiets of het openbaar vervoer pakken, minder of niet meer vliegen. Maar zonder actie van bovenaf krijgen we de klimaatverandering er niet onder. Moeder Aarde zelf redt zich wel, zij is zoals ik al zei veerkrachtig, en bovendien geduldig. Ze heeft al veel meegemaakt en zal ook nu herstellen, al duurt het duizenden jaren. Maar redt onze samenleving het wel, als grote delen van de wereld onleefbaar worden of onder de stijgende zeespiegel verdwijnen? Als grote vluchtelingenstromen – klimaatvluchtelingen - op gang komen? Daar hoor je klimaatsceptici niet over. Bescherming van het klimaat is in het belang van onze eigen soort.
Hopelijk help ik hierbij de woorden over ‘verwoestende’ hitte, droogte en bosbranden te ontkrachten. Er is geen verwoesting, alleen verandering. De natuur is niet dood, ze krijgt een andere voortzetting.
Ben je geïnteresseerd in deze thematiek? Dit najaar start weer een nieuwe ronde van de ZASP cursus, georganiseerd door Plum Village. ZASP staat voor Zen and the Art of Saving the Planet (Met zen de planeet redden), naar het gelijknamige boek van Thich Nhat Hanh en Sister True Dedication. Alle informatie vind je hier: https://plumvillage.org/courses/zen-and-the-art-of-saving-the-planet. Uit betrouwbare bron weet ik dat je, als je met vrienden of sanghabroeders en -zusters inschrijft korting krijgt op de inschrijfkosten. Ik doe dit jaar ook mee.