Waarom ik geen vegetariër ben
Door Jana Verboom
Omdat ik stukjes schrijf over en met plantaardige recepten voor een online dagblad (het Boeddhistisch Dagblad) ben ik benaderd voor een interview voor de nieuwsbrief van de Hippe Vegetariër. Ik kreeg een concept om te checken op onwaarheden en las daarin dat ik een vegetariër was die op weg was om veganist te worden.
Ik voelde me in een hokje geduwd waar ik niet in pas. Het is natuurlijk wel een hokje dat mensen snappen: je wordt eerst vegetariër en daarna veganist. Lekker overzichtelijk. Terwijl de meeste mensen niet in een hokje passen. Het zette me aan het denken. Ik ben geen vegetariër en ook geen veganist. Wat ben ik dan wel? En waarom? Ik zal proberen het uit te leggen.
Omdat ik compassie heb met alle levende wezens, en met name met de intelligente zoals varkens, eet ik al heel lang geen varkensvlees meer, en niks uit de bio-industrie. Ik at tot zo’n 10 jaar geleden nog wel (biologische) kaas en kocht heel af en toe een portie biologisch rundergehakt, want dat zijn gemalen melkkoeien. Dat veranderde door twee gebeurtenissen die indruk op me maakten. Ten eerste bracht ons gezin een herfstvakantie door in een Frans huurhuisje dat op het terrein stond van een zuivelboerderij. Ik zag met eigen ogen het leed dat het na de geboorte scheiden van koe en kalf teweegbrengt. Mijn moederhart bloedde. Daar wilde ik niet meer aan meewerken. De melk werd thuis vervangen door plantaardige melk, maar ik was nog niet helemaal van de kaas af. Totdat ik een online lezing zag waarin een figuur werd getoond met alle zoogdieren op aarde, verdeeld op basis van gewicht. Stel je voor dat je alle olifanten, nijlpaarden, mensen, koeien, varkens, walvissen, katten, honden enzovoort op een weegschaal zou zetten.
De analyse van deze gegevens laat zien dat van alle zoogdieren op aarde nog maar ca. 4% wilde dieren betreft, daarvan leeft ongeveer de helft in zee: alle walvissen, dolfijnen, zeehonden enzovoort bij elkaar zijn goed voor zo’n 2%, alle olifanten, giraffen, edelherten, muizen enzovoort ook zo’n 2%. De mens is verantwoordelijk voor ongeveer 1/3 van het totaalgewicht. De rest, bijna 2/3 bestaat voornamelijk uit koeien (1/3), daarna komen de varkens, schapen, geiten, en ander vee.
Toen ik dat zag was ik diep geschokt, ik besefte ineens hoe wij mensen de prachtige natuur van Moeder Aarde op grote schaal hebben vernietigd om voedsel te verbouwen voor ons en ons vee. Regenwouden worden gekapt, moerassen drooggelegd, veengebieden ontwaterd. Overal wordt op grote schaal industriële landbouw bedreven om alle mensen en al ons vee te voeden.
Het is overigens niet zo dat wij 96% van alle wilde dieren hebben uitgeroeid. We hebben wel veel uitgeroeid, maar we zijn met name als mensheid heel efficiënt in het met kunstmest en bestrijdingsmiddelen veel veevoer te verbouwen waardoor we al dat vee kunnen voeden: in gewicht is er nu veel meer ‘zoogdier’ op aarde dan in de prehistorie, toen op wat mensen na alle dieren wild waren.
Toen ik dit eenmaal begreep kon ik mijn ogen hier niet meer voor sluiten. Ik wilde niet meer medeverantwoordelijk zijn voor de vernietiging van Moeder Aarde voor veevoer, en ook niet voor het leed in de vee-industrie. Het gevolg was dat ik gestopt ben met het eten van alle zoogdieren en hun producten, zoals zuivel.
Ben ik dan een veganist? Nee, want ik eet dan wel geen rood vlees en zuivel, maar wel af en toe een ei of wat vis. Dat laatste met name in restaurants waar ze geen plantaardige opties op het menu hebben staan. Als er al vegetarische opties zijn, dan bevatten die steevast kaas en/of room. Met de betreffende figuur in het achterhoofd is het meest verantwoorde op de menukaart in mijn ogen dan de vis, ook al besef ik dat visserij ook met veel leed gepaard gaat: spooknetten in zee, verdronken zeedieren, bijvangst.
In het hypothetische geval dat ik geen familie en vrienden zou hebben en nooit uit eten zou gaan, zou ik een veganist zijn. Maar ik ben onderdeel van een gezin, een familie, een vriendenkring. Ik reis graag. Als ik ergens word uitgenodigd om een hapje mee te eten, zeg ik, afhankelijk van wie het betreft, dat ik geen rood vlees en geen zuivel eet. Met Kerst eet ik gewoon een stukje kip mee met mijn schoonmoeder van achter in de tachtig. Met Pasen een stukje lamsvlees met mijn ouders van achter in de tachtig. Ik ben, schat ik, ca. 300 dagen per jaar veganist, 60 dagen per jaar eet ik iets van vis of ei, en zo’n 5 keer per jaar vlees, meestal kip – behalve met Pasen. Overigens check ik niet alle aangeboden koekjes, chocolaatjes en dergelijke, dus waarschijnlijk is die 300 een overschatting.
Hier bestaat geen term voor: ik ben geen vegetariër, geen veganist, geen flexitariër, geen pescotariër: gewoon iemand die haar best doet met mededogen te eten, zich bewust van het lijden dat de consumptie van dierlijke producten met zich meebrengt, maar ook van de rol van voedsel in familietradities en bovendien iemand die anderen niet voor het hoofd wil stoten of met een opgeheven vingertje wil zwaaien.
Laten we dieren niet in te kleine hokjes willen stoppen, maar ook elkaar niet in hokjes stoppen of de maat nemen. We doen allemaal ons best om in aandacht en met mededogen te leven, het blijft een levenslange oefening.
Met het interview is het goed gekomen, gelukkig kreeg ik alle ruimte om de tekst aan te passen en de nodige nuances aan te brengen, zodat ik mezelf in het verhaal herkende.